CV Wilhelmina

Opgericht in 1990

Wat doen we?

We zijn er overal en altijd en iedereen kent ons.

“Daar hedde die mutsen ook weer,” hoor je ze dan zeggen. En Wilhelmina, ooit taboe voor carnaval vierend Eindhoven, is een plek geworden waar het officiële spul, maar ook elke blaaskapel of gruupke toch effe geweest moet zijn met die dagen. Of ze ons daar treffen is maar de vraag, want we zijn veul onderweg.

We vieren namelijk liever Carnaval met de Neut dan voor de Neut.

Nog efkes en het is weer zover. Dan klinkt weer de vertrouwde muziek van onze eigen Wilhelmina Fanfare of van ons onovertroffen dweilorkestje “Dauw Nie Zu Want ‘K Dauw Auw Toch Ok Nie” en ook al vijf jaar, vooral niet te vergeten “De Tweedracht” (Ook wel de vaste begeleiding van “De Binnen stadsprins”) Drie kapellen, En wa vur Meziekskes.

Onze historie

“Van de Prins geen kwaad” Veertig jaar Café Wilhelmina, de kroeg waar al jaren zowat alles kon, behalve een ding: carnaval vieren. Althans zo was het meer dan 10 jaar. Nu huist er al 22 jaar een van de meest eigenzinnige, maar bloeiende carnavalsverenigingen die Eindhoven kent en zijn de Theemutsen van Wilhelmina -olifanten- ‘n begrip in de stad en zelfs ver daarbuiten. Je ziet het kan verkeren.

Hoe kwam dat zo allemaal? Zoals zo vaak bij Wilhelmina ontstond het spontaan aan de tap. Natuurlijk vlaste Hans Neutkens als prominent carnavalist uit Valkenswaard al enkele jaren op de gelegenheid om het carnaval Wilhelmina binnen te halen, maar in 1991 kwam het er echt van.

Drie notoire Bockbierdrinkers, de Neut met de theemuts van thuis op zunne kop en nog ‘n paar man en een paardenkop hielden een staande receptie op carnavalszaterdag bij Wilhelmina.

De eerste prins Bok d’n Urste werd gekozen, geflankeerd door het later in Eindhoven wereldberoemde adjudanten duo Frank en Frank.

De Functies van President en Vorst werden voor het leven verdeeld en zo trokken we de stad in.

Elke kastelein, of hij het wilde of niet, werd toegesproken en onderscheiden en kon er niet onderuit om ons een blad bier te serveren. ledereen die een muziekinstrument bij zich had, werd van de straat of uit de kroeg geplukt en zo ontstond de befaamde hofkapel.

Na 20 tapperijen viel het zootje ongeregeld uit elkaar en dat is een traditie gebleven. ‘s Nachts troffen we elkaar weer in de Hendrik.

‘s Maandags liepen er al 5 olifantenmutsen rond (voor 1.200 Douwe Egberts koffie­ en theepunten kon je ze krijgen) en het jaar erop hebben we bij Douwe de hele voorraad opgekocht.

Het tweede jaar waren we al met 100 op de prinsenreceptie bij Wilhelmina. Het derde jaar puilde Wilhelmina uit, begon het seizoen al op de elfde van de elfde, gooiden we er een prinsenbal en ‘n Mupkesmiddag tegenaan en werd Prins Bok ‘n vertrouwd beeld in straat.

In het vierde jaar, het jaar dat onze eigen Rens van Mierlo als de voor ons onvergetelijke stadsprins “FOCUS” regeerde over het Lampengat, werden we lid van de FEC.

Residentie: Café Wilhelmina